Na eiwitten en vetten komen we bij een onderdeel waar veel vragen over zijn, koolhydraten. Juist bij kattenvoer is dat interessant, omdat het percentage koolhydraten meestal helemaal niet (bijna nooit) op de verpakking staat.
Een kat heeft glucose nodig als brandstof voor het lichaam. Dat betekent alleen niet dat er ook koolhydraten in de voeding moéten zitten. Katten kunnen zelf glucose aanmaken, vooral uit aminozuren uit eiwitten. Koolhydraten worden daarom niet gezien als een essentiële voedingsstof voor de kat.
Toch komen we koolhydraten veel tegen in kattenvoer, en vooral in brokken. Zetmeel is een belangrijk koolhydraat in droogvoer. Ingrediënten zoals rijst, maïs, tarwe, aardappel, tapioca en erwten kunnen daar een bron van zijn. Bij het maken van brokken zijn zetmeelrijke ingrediënten bovendien nodig om een goede brokstructuur te kunnen vormen.
Dat betekent ook meteen dat graanvrij niet hetzelfde is als koolhydraatarm. Een brok zonder tarwe, rijst of maïs kan nog steeds veel koolhydraten bevatten wanneer die zijn vervangen door bijvoorbeeld aardappel, tapioca of erwten.
En juist daar gaat het vaak mis bij het lezen van een verpakking. Op de voorkant staat groot graanvrij, maar hoeveel koolhydraten er werkelijk in zitten, zie je meestal nergens terug.
Gelukkig kun je daar zelf een redelijke schatting van maken.
Je neemt 100% en trekt daar het eiwit, vet, ruwe celstof, ruwe as en vocht vanaf.
100 – eiwit – vet – ruwe celstof – ruwe as – vocht = geschat koolhydraatgehalte
Nemen we weer het etiket dat we in deze serie gebruiken. Daarop staat 42% eiwit, 20% vet, 1,8% ruwe celstof, 8,9 %ruwe as en 8% vocht.
Dan wordt de berekening:
100 – 42 – 20 -1,8 – 8,9 – 8 = 19,3% koolhydraten
Dat percentage stond dus nergens op de verpakking, maar met de gegevens die er wel op staan kunnen we het toch behoorlijk goed inschatten.
Net als bij eiwit en vet is het daarna eerlijker om rekening te houden met het vocht. Deze brok bevat 8% vocht en dus 92% droge stof. Omgerekend komt het koolhydraatgehalte uit op ongeveer 21% op droge stof.
Bij brokken probeer ik het koolhydraatgehalte liefst zo laag mogelijk te houden. Onder de 20% op droge stof is mooi wanneer dat haalbaar is. Rond 20 tot 25% kun je bij brok nog als relatief laag beschouwen, 25 tot 40 % wordt al duidelijk meer en boven de 40% vind ik veel te hoog.
Maar ook hier wil ik niet dat je alleen naar één getal kijkt.
De ingrediëntenlijst vertelt namelijk ook iets. Zie je één zetmeelbron wat verder naar achteren staan, dan is dat iets anders dan wanneer rijst, maïs, aardappel, erwten en tapioca allemaal vrij hoog op dezelfde ingrediëntenlijst staan. Hoe meer van zulke koolhydraatrijke ingrediënten je tegenkomt, hoe interessanter het wordt om het percentage daadwerkelijk uit te rekenen.
En dan is er nog de energieverdeling. Koolhydraten leveren net als eiwitten energie. Voor een gezonde gecastreerde volwassen kat gebruik ik ongeveer 12 tot 14% van de energie uit koolhydraten als praktisch uitgangspunt. Bij natvoer is het meestal makkelijker om laag in koolhydraten te blijven dan bij brok.
Dat wil niet zeggen dat een kat precies 12 tot 14% koolhydraten nodig heeft. Integendeel, koolhydraten zijn geen essentiële voedingsstof voor de kat. Het is vooral een praktische waarde waarmee je kunt beoordelen hoeveel ruimte koolhydraten binnen de totale voeding innemen.
En dat is uiteindelijk waar het voor jou als eigenaar om draait.
Een voer kan aan de voorkant prachtig worden aangeprezen als graanvrij, natuurlijk of rijk aan vlees. Maar draai je de verpakking om en zie je meerdere zetmeelrijke ingrediënten, dan kan het koolhydraatgehalte toch behoorlijk oplopen.
Je hoeft koolhydraten dus niet bij voorbaat als ‘slecht’ te zien. Het gaat vooral om hoeveel er in het voer zit, waar ze vandaan komen en hoeveel ruimte ze innemen naast dierlijk eiwit en vet.
Als je dat eenmaal weet, kijk je heel anders naar een zak kattenvoer.
In deel 6 gaan we verder met vezels. Want vezels horen ook bij de koolhydraten, maar hebben een heel andere functie in het lichaam. En juist bij vezels maakt het veel uit welke soort er in het voer zit.


