In het vorige deel hebben we gekeken naar de verschillende dierlijke eiwitbronnen in kattenvoer. Maar als je eenmaal weet waar het eiwit vandaan komt, blijft er nog een belangrijke vraag over, hoeveel eiwit heeft een kat eigenlijk nodig en hoe weet je of het eiwit in een voeding van goede kwaliteit is?
Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Die aminozuren gebruikt het lichaam voortdurend voor de opbouw en het onderhoud van onder andere spieren, huid en vacht, maar ook voor enzymen, hormonen en allerlei andere processen in het lichaam. Lichaamseiwitten worden steeds afgebroken en opnieuw opgebouwd. Daarom heeft een kat via de voeding steeds opnieuw aminozuren nodig.
Sommige aminozuren kan het lichaam zelf maken, andere niet voldoende. Die moeten dus via de voeding binnenkomen. Taurine is daar bij katten een bekend voorbeeld van. Het gaat daarom niet alleen om veel eiwit, maar ook om de juiste aminozuren in voldoende hoeveelheid.
En daarmee komen we bij de kwaliteit van eiwit.
Een goede eiwitbron levert de essentiële aminozuren die een kat nodig heeft, in een verhouding die goed bruikbaar is voor het lichaam. Daarnaast moet het eiwit goed verteerd kunnen worden en moeten de aminozuren beschikbaar zijn om daadwerkelijk te worden gebruikt. Als één belangrijk aminozuur onvoldoende aanwezig is, kan dat de benutting van het totale eiwit beperken.
Daarom zegt alleen het percentage ruw eiwit op een verpakking nog niet genoeg. Twee voedingen kunnen allebei 40% eiwit bevatten, terwijl de herkomst en de bruikbaarheid van dat eiwit verschillend zijn.
Bij kattenvoer zie ik daarom liever dat het grootste deel van het eiwit uit dierlijke bronnen komt. Dierlijke eiwitten sluiten beter aan bij het aminozuurprofiel van de kat en zijn beter bruikbaar dan plantaardige eiwitten.
Dat is iets waar je als eigenaar zelf al naar kunt kijken op de ingrediëntenlijst.
Zie je duidelijke dierlijke bronnen zoals kip, kalkoen, rund, lam, vis, hart of lever, dan weet je beter waar het eiwit vandaan komt. Zie je daarnaast veel ingrediënten zoals rijst, mais, erwteneiwit, soja, maïsgluten of tarwegluten, dan leveren die ook een deel van het eiwit dat uiteindelijk bij het percentage ruw eiwit wordt opgeteld.
Ook ingrediënten zoals erwten, maïs, rijst, tarwe en aardappel kunnen in kattenvoer voorkomen. Deze leveren vooral koolhydraten, maar sommige leveren daarnaast ook eiwit. Bij geconcentreerde producten zoals erwteneiwit of maïsgluten is die bijdrage aan het totale eiwitgehalte groter. Daarom kan een voer op papier een behoorlijk hoog eiwitpercentage hebben, terwijl een deel daarvan niet uit dierlijke bronnen afkomstig is.
Dat is voor jou als eigenaar dus belangrijk om te weten. Kijk niet alleen naar het getal achter ruw eiwit, maar kijk ook welke ingrediënten dat eiwit waarschijnlijk leveren.
Dan blijft nog de vraag hoeveel eiwit we graag willen zien.
Een brok en een natvoer kun je daarvoor niet zomaar rechtstreeks vergelijken. Natvoer bevat veel meer vocht. Een natvoer met bijvoorbeeld 10% eiwit kan daardoor op droge stof juist een behoorlijk hoog eiwitgehalte hebben.
Om voedingen eerlijker te vergelijken, kun je daarom rekenen op droge stof. Het vocht wordt dan uit de vergelijking gehaald. Voor kattenvoer houd ik als praktische richtlijn ongeveer 40% tot 55% eiwit op droge stof aan.
Je kunt daarnaast kijken naar het percentage energie dat uit eiwit komt. Dat wordt uitgedrukt in ME procent. Voor een gecastreerde volwassen kat wordt ongeveer 38% ME uit eiwit bij brok en ongeveer 40% bij natvoer als praktische optimale waarde voor spiermassa gebruikt.
Dat betekent niet dat je voortaan bij iedere zak voer een rekenmachine nodig hebt.
Wat je vooral wilt onthouden is dit. Een hoog eiwitpercentage is pas echt interessant als je ook weet waar dat eiwit vandaan komt. Kijk daarom naar de hoeveelheid, naar de dierlijke bronnen, naar eventuele plantaardige eiwitbronnen en naar het vochtgehalte van het voer.
Zo krijg je een veel eerlijker beeld dan wanneer je alleen naar één percentage op de verpakking kijkt.
In deel 4 gaan we verder met vet. Want ook vet heeft in kattenvoeding verschillende belangrijke functies en zegt veel meer dan alleen hoeveel calorieën een voer bevat.
.


