Hoe lees je een etiket van kattenvoer? (deel 1)

kat bij zak voer

Sta je weleens met een zak brokken of een blikje kattenvoer in je hand en denk je, waar moet ik eigenlijk naar kijken?

Op de voorkant van een verpakking staan vaak mooie woorden. Premium, graan vrij, natural, indoor, sterilised of rijk aan vlees. Het klinkt allemaal aantrekkelijk, maar als je echt wilt weten wat je kat krijgt, moet je de verpakking eigenlijk even omdraaien.

Daar begint het interessante deel.
Op de achterkant vind je meestal de samenstelling van het voer. Daar staat welke ingrediënten zijn gebruikt. Die ingrediënten staan normaal gesproken op volgorde van hoeveelheid. Wat vooraan staat, is dus in verhouding meer gebruikt dan wat verder naar achteren staat.

Toch kun je daar niet altijd meteen een conclusie uit trekken. Verse kip kan bijvoorbeeld bovenaan staan, maar verse kip bevat ook veel vocht. Tijdens het maken van brokken verdwijnt een groot deel van dat vocht weer. Daarom zegt alleen het eerste ingrediënt niet genoeg over het uiteindelijke voer. Het is veel interessanter om naar de hele samenstelling te kijken.

Ook de manier waarop ingrediënten worden genoemd, kan veel vertellen. Staat er duidelijk kip, rund, konijn of zalm, dan weet je beter welke dierlijke bron is gebruikt. Staat er alleen vlees en dierlijke bijproducten of gevogelte, dan krijg je als eigenaar minder informatie over wat er precies in het voer zit. Dat betekent niet meteen dat het voer slecht is, maar het etiket vertelt je simpelweg minder.

Naast de ingrediënten zie je op de verpakking ook vaak percentages staan van eiwit, vet, ruwe celstof, ruwe as en vocht. Dat zijn de analytische bestanddelen. Ze vertellen iets over de voedingsstoffen in het voer.

etiket voer

 Even kijken naar een echt etiket

Op deze verpakking zie je eigenlijk precies terug waar we het hierboven over hebben. Bij de samenstelling staan als eerste lamsvlees 28% en gedehydrateerde lamsproteïne 26%. Daarna volgen onder andere zoete aardappel, kippenvet, gedroogde eieren en haring. Je ziet dus niet alleen wát erin zit, maar bij sommige ingrediënten ook hoeveel ervan is gebruikt.

Iets verderop staan de analytische bestanddelen. Daar zie je bijvoorbeeld 42% ruw eiwit, 20% ruw vet, 1,8% ruwe celstof, 8,9% ruwe as en 8% vocht. Dat zijn dus andere gegevens dan de ingrediëntenlijst erboven.

Op hetzelfde etiket kom je ook een lange rij toevoegingsmiddelen tegen, zoals vitamines en mineralen. Dat kan er behoorlijk ingewikkeld uitzien, maar het is weer een apart onderdeel van het etiket. Je hoeft dus niet te denken dat al die namen ook losse hoofdingrediënten van het voer zijn.

Dit is precies waarom zo’n etiket in het begin wat overweldigend kan lijken. Zodra je weet welk stukje je aan het bekijken bent, wordt het al een stuk overzichtelijker.

Juist daar kan het soms verwarrend worden. Een natvoer kan bijvoorbeeld 11% eiwit bevatten en een brok 35%. Dan lijkt het alsof de brok veel meer eiwit bevat. Maar natvoer bestaat voor een groot deel uit vocht, terwijl een brok veel droger is. Je kunt die percentages daarom niet altijd zomaar naast elkaar leggen.

Hetzelfde geldt voor koolhydraten. Die staan meestal niet gewoon als percentage op de verpakking. Toch kunnen koolhydraten, vooral in brokken, een behoorlijk deel van het voer uitmaken. Je kunt ze bij benadering berekenen met de gegevens die wel op het etiket staan. Hoe je dat doet, komt later in deze serie nog uitgebreid aan bod.

Wat ik vooral wil meegeven, is dat één mooi getal of één mooi ingrediënt niet vertelt of een voer goed is. Een hoog vleespercentage op de voorkant zegt niet alles. Hetzelfde geldt voor een hoog eiwitpercentage of voor het woord graanvrij.

Je krijgt een veel eerlijker beeld als je naar het hele voer kijkt. Welke ingrediënten zijn gebruikt, hoe duidelijk worden ze genoemd, hoeveel vocht zit erin, hoe hoog zijn eiwit en vet en wat vertelt de rest van het etiket?

Dat klinkt misschien alsof je voortaan een halve studie moet maken van iedere zak kattenvoer, maar dat valt gelukkig mee. Als je eenmaal weet waar je moet kijken, wordt zo’n etiket ineens een stuk minder ingewikkeld.

En precies dat gaan we in deze serie stap voor stap doen.

De volgende keer kijken we verder naar dierlijke eiwitbronnen. Want kip, gevogelte, vleesmeel en dierlijke bijproducten lijken misschien allemaal ongeveer hetzelfde, maar op een etiket vertellen ze niet precies hetzelfde verhaal.

Deel dit bericht .....

Scroll naar boven