n deel 1 hadden we het over vieze billen en over stempelen, zoals ik het altijd noem. Er blijft ontlasting in de vacht hangen en vervolgens gaat je kat ergens in huis zitten. Als dat vaker gebeurt, kijk ik niet alleen naar de vacht, maar ook naar de ontlasting zelf. Want daar begint het vaak mee.
Goede ontlasting is mooi gevormd, niet te hard en niet te zacht. Je moet de drol gemakkelijk uit de kattenbak kunnen scheppen zonder dat hij meteen uit elkaar valt of aan het schepje blijft plakken.
Om ontlasting wat makkelijker te beoordelen kun je de Bristol poepschaal gebruiken. Daarmee krijg je een duidelijk beeld van het verschil tussen harde ontlasting, normale ontlasting, zachte ontlasting en diarree. Aan de ene kant van de schaal zie je kleine, harde en droge keutels. Aan de andere kant wordt de ontlasting steeds zachter, papperiger en uiteindelijk waterdun.
Wil je deze schaal zelf gebruiken, dan kun je hem gratis downloaden via www.katinbalans.nl. Het is een handig hulpmiddel als je twijfelt of de ontlasting van je kat nog binnen het normale valt.
Zacht is niet hetzelfde als diarree
Dat vind ik een belangrijke om te benoemen. Ontlasting hoeft niet waterdun te zijn voordat er iets aan de hand is.
Een kat kan iedere dag ontlasting hebben die nog wel een beetje gevormd is, maar ondertussen zo zacht en plakkerig is dat er steeds resten in de vacht achterblijven. Zeker bij een langharige kat zie je dat snel terug. De broek wordt vies, haren gaan aan elkaar plakken en voor je het weet wordt er weer gestempeld.
Een keer een zachtere drol kan natuurlijk gebeuren. Maar wanneer dit regelmatig voorkomt, is het wel verstandig om er wat beter naar te kijken.
En ja, ook de geur telt mee
Ontlasting ruikt natuurlijk nooit naar bloemetjes. Toch kennen de meeste eigenaren de normale geur van de ontlasting van hun eigen kat behoorlijk goed.
Verandert die geur ineens duidelijk, wordt hij veel scherper, zuurder of opvallend penetrant, dan is dat ook iets om te onthouden. De geur alleen vertelt je niet wat er aan de hand is, maar samen met de vorm, kleur en stevigheid kan het wel extra informatie geven.
Dat geldt bijvoorbeeld ook wanneer je ineens veel slijm ziet, bloed opmerkt of merkt dat je kat veel vaker naar de kattenbak gaat. Eén verandering hoeft niet direct iets ernstigs te betekenen, maar meerdere veranderingen tegelijk of klachten die blijven terugkomen verdienen wel aandacht.
De kattenbak vertelt je meer dan je denkt
Als je iedere dag de kattenbak schoonmaakt, heb je eigenlijk meteen een mooi controlemoment.
Kijk eens naar wat er ligt voordat je alles weggooit. Is de ontlasting hetzelfde als anders, of zie je ineens verschil? Is hij veel harder geworden, juist zachter, kleiner, groter of plakkeriger? Is de geur anders dan je gewend bent?
Je hoeft daar zelf geen diagnose aan te verbinden. Het gaat er vooral om dat je veranderingen leert herkennen.
Dat kan ook handig zijn als je met je dierenarts overlegt. In plaats van alleen te zeggen dat je kat diarree heeft, kun je veel duidelijker vertellen hoe de ontlasting eruitziet, hoe vaak het voorkomt, of er slijm bij zit en of de geur veranderd is.
Wat is normaal voor jouw kat?
Er bestaat niet één perfecte drol die er bij iedere kat precies hetzelfde uitziet. Wat vooral belangrijk is, is dat je weet wat normaal is voor jouw eigen kat.
Heeft je kat normaal altijd mooi gevormde ontlasting en is deze ineens een paar dagen zacht, dan valt dat meestal snel op. Maar wanneer een kat al langere tijd zachte ontlasting heeft, kan het gebeuren dat je dat op een gegeven moment als normaal gaat zien.
En juist daar wil ik met deze serie wat meer aandacht voor vragen.
Regelmatig zachte of plakkerige ontlasting, steeds opnieuw vieze billen of een duidelijke verandering in geur, kleur of hoeveelheid zijn allemaal redenen om wat beter te kijken naar wat er speelt.
Want alleen de achterkant schoonmaken lost uiteindelijk niet op waarom het steeds opnieuw gebeurt.
In deel 3
In het volgende deel gaan we daarom verder met de vraag:
Waarom heeft een kat steeds zachte of plakkerige ontlasting?
Dan kijken we onder andere naar voeding, voerwisselingen, parasieten en andere oorzaken die invloed kunnen hebben op de ontlasting.
